Image
Naar boven
Navigatie
10/20/2015

Heeft het Nederlands nog een toekomst?

“Over vijfenzeventig jaar zal het Nederlands de tweede taal van Nederlanders en Vlamingen zijn zoals Fries dat nu is voor de Friezen”, voorspelde de bekende Nederlandse schrijver Harry Mulisch in 1995.

De exponentiële opmars van het Amerikaans Engels was in zijn ogen niet meer te stuiten. Als gevolg van de technologische ontwikkelingen, film en televisie, wereldwijde computerisatie en de internationale popcultuur, is het Amerikaans op weg de definitieve wereldtaal te worden.” Vandaag zou Mulisch zeker ook de globalisering en het internet aan het lijstje van oorzaken toevoegen.

Heeft het Nederlands nog toekomst?

 

Opmars

Het Engels sluipt ontegensprekelijk onze taal binnen. Niet alleen in afgebakende domeinen zoals managementtaal of in de computerwereld. Ook op school lijkt de focus meer en meer op het Engels te liggen, ten koste van de kennis van andere vreemde talen als het Frans of het Duits. Aan universiteiten worden zelfs hele opleidingen verengelst. Het hoeft dus niet te verbazen dat in de ontmoeting met om het even welke anderstalige de meeste Vlamingen intuïtief op het Engels overschakelen.

Ook in de eigen taal geraken Engelse leenwoorden meer en meer ingeburgerd. Als mijn ene Hollandse dochter haar vinger snijdt, zegt zij: ‘Shit,’ – waarop mijn andere zegt: ‘Relax.’ Dat is geen Nederlands, en nauwelijks Engels, maar Amerikaans”, foeterde Mulisch.

leenwoorden in nederlands

 

Engels is hip

De Taalunie – het overkoepelend taalorgaan voor Nederland, België en Suriname – organiseerde enkele jaren geleden panelgesprekken tussen Nederlandstalige jongeren over de betekenis van hun moedertaal.

Uit dat onderzoek bleek dat jongeren Engels veel sexyer en hipper vinden dan het Nederlands.

Wellicht speelt het een rol dat ze Nederlands vaak met het gelijknamige schoolvak associëren, terwijl Engels gelinkt wordt aan prettigere zaken als muziek en films. Het gedweep met de Angelsaksische ontspanningscultuur heeft zeker zijn invloed op het gebruik van Engelse leenwoorden.

Kijk mama, ik ben een manager! 

Maar ook bij volwassenen zien we vaak de neiging om Engelse leenwoorden te bezigen, zeker in een professionele context. Los van het vakjargon dat vaak doorspekt is met Engelse termen, wordt er ook graag met ronkende titels op businesscards gepronkt:  General manager, brand manager, accountmanager, ICT-manager, HR-manager, floormanager,… Zoals een commentator van de krant De Standaard het opmerkte: Vandaag zijn er zoveel managers dat je al helemaal onderaan in de hiërarchie van je bedrijf moet staan, wil je niet de titel van manager op je businesscard hebben.’ 

Op-en-top Nederlands 

Om de zogenaamde toevloed van Engelse leenwoorden toch enigzins in te perken, lanceerde de Stichting Nederlands deze week het boekje Op-en-top Nederlands. Woordenlijst overbodig Engels. Uiteraard is de stichting mee met haar tijd en is de woordenlijst ook digitaal te consulteren via een toep, het Nederlandstalige alternatief voor app. Jawel, u leest het goed.

Joke Geens en Hanne Schroyen - Leerkrachten Nederlands bij Basiseducatie Limburg Midden-Noord

Joke Geens en Hanne Schroyen – Leerkrachten Nederlands bij Basiseducatie Limburg Midden-Noord

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De proef op de som 

De toename van Engelse woorden in ons vocabularium mag dan wel een feit zijn, een tsunami is het vooralsnog niet. Taalwetenschapster Nicoline Van Der Sijs voerde onderzoek naar het taalgebruik in kranten en constateerde tussen 1994 en 2012 weliswaar een toename van Engelse termen, maar ze nuanceerde dit ook meteen. Het aantal Engelse leenwoorden bleek slechts 1,5% uit te maken van het woordentotaal in de krant.

Op een enkel A4’tje met 500 woorden kom je gemiddeld zeven keer een Engels leenwoord tegen.

Het overgrote deel van onze leenwoorden (80%) komt trouwens uit een Romaanse taal – Latijn, Frans, Spaans, Italiaans – maar deze woorden zijn al zo ingeburgerd dat het ons niet meer opvalt dat ze van vreemde origine zijn. Slechts iets meer dan tien procent van de leenwoorden stamt van het Engels af.

Superdiversiteit 

Jan Blommaert – Belgisch sociolinguïst en hoogleraar aan de universiteit van Tilburg – schreef twee jaar geleden een lijvig artikel over  superdiversiteit in Oud-Berchem, de Antwerpse wijk waar hij woont (net zoals ik trouwens).

Kort samengevat stelde hij dat – ondanks de bonte samenstelling van de bevolking, met vele migranten uit alle hoeken van de wereld – het Nederlands onbetwist de lingua franca in de wijk is. Iets wat ik uit mijn eigen ervaringen kan onderschrijven. Nederlands is de voertaal in de buurt telkens wanneer men tracht te communiceren met een ruim publiek. Het is immers de enige taal die iedereen spreekt, zij het soms in heel beperkte mate of met veel fouten. Dit kan hoegenaamd niet gezegd worden van het Engels, het Turks, het Pools of het Spaans, talen die slechts door een minderheid van de wijkbevolking gesproken worden. Blommaert concludeert:

Superdiversiteit heeft in Oud-Berchem geleid tot een versterking van de rol van het Nederlands, niet tot een verzwakking ervan.

 

blog

Basiseducatie 

Hanne Schroyen – leerkracht Nederlands van Basiseducatie Limino  – bevestigt: ‘Veel van onze cursisten zijn laaggeschoold en spreken enkel hun moedertaal wanneer ze in België aankomen. Zij hebben geen enkel middel om buiten hun beperkte kennissenkring met de buitenwereld te communiceren. Vaak komen ze zich voor de les Nederlands inschrijven met een vriend of familielid dat wel Nederlands spreekt.’

Om een Belgische identiteitskaart te kunnen krijgen, is de kennis van een landstaal op A2-niveau noodzakelijk. ‘Dat is zeker een reden waarom mensen zich bij ons inschrijven, maar voor vele mensen is het sociale aspect ook belangrijk. We proberen onze lessen echt praktijkgericht te maken: we willen dat onze cursisten hun mannetje kunnen staan in de winkel, in de bank of bij de dokter.’

Rocco Dituri – een van de cursisten uit Hannes klas – beaamt dit: ‘Als je in Vlaanderen woont, is het nodig dat je Nederlands spreekt.’ 

Rocco Dituri

Rocco Dituri

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Paradox 

De voorgaande bevindingen lijken te leiden tot een vreemde paradox: de Engelse taal maakt meer en meer deel uit van het dagelijks leven van de hoogopgeleide autochtone bevolking: op het werk, op school, in de vrije tijd,…

Immigranten kunnen als de ware hoeders van het Nederlands beschouwd worden

Daartegenover staan de laaggeschoolde migranten die het Nederlands als instrument gebruiken om zich onderling en in het openbaar verstaanbaar te maken. In die zin kunnen immigranten dus als de echte hoeders van het Nederlands gezien worden.
_ _ _

Geschreven door Wim Vandenweghe

Vragen over of commentaar op dit artikel? Hoe zie jij de toekomst van het Nederlands? Ik kijk graag uw netpost tegemoet via wim@nvandersom.be

Wim Vandenweghe is copywriter bij het creatieve communicatiebureau NVandersom.
Voor meer informatie neem contact op via info@nvandersom.be of 011 39 75 64
_
 _ _

Bronnen:

http://prijsderletteren.org/1995_dankwoord/
http://www.onserfdeel.be/frontend/files/userfiles/files/OE_2_2014_WimCouwenberg.pdf
http://superdiversiteit.com/2013/04/17/convivialiteit-en-superdiversiteit/
http://www.standaard.be/cnt/dmf20151013_01917807
https://onzetaal.nl/nieuws/taalunie-rapport-over-jongeren-en-taal-verschenen
https://onzetaal.nl/uploads/editor/leenwoordtelling.pdf

_ _ _

Meer blogberichten:

Schrijven robots beter dan copywriters?
Waarom u als bedrijf moet investeren in content marketing.
7 gouden communicatietips voor start-ups

 

 

 

 

 

 

Vond je dit interessant? Deel het op sociale media.
Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestEmail this to someone