Image
Naar boven
Navigatie
09/22/2015

Cuba – een eiland als geen ander

“Welkom, ik ben Cuba en ik ben de Nacht. Ik leef tussen slogans en dollars, tussen suiker en goud, tussen geweldige dromen en nuchtere cijfers. Ik ben de kroeg in de ultieme piratenfilm. Het hele fortuin van de Spaanse kolonies is ooit door mijn handen gegleden. Ik ben een zalige halfbloed. Ik ben een corrupte speculant. Ik ben een utopische idealist. Ik overwin geschiedenis en zwaartekracht. Ik dans. Ik provoceer. Yo no soy como nadie. Ik ben als niemand anders.”
(uit: Cubaanse Nachten – Onmiddellijke memoires 1995- 1999 – Herman Portocarero)

Cuba havana vissers

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Havana I

De tropische hitte slaat je als een klamme handdoek om het lijf. You only find heat on the sunny side of the street. De zon staat bijna in het zenit. Toeristen en Habaneros zoeken beschutting op de smalle strook schaduw die de sierlijke balkonnetjes van de aaneengesloten rij koloniale huizen bieden.

Achter de afbladderende grandeur van de kunstig versierde voorgevels – Havana vormde eeuwenlang het florissante handelscentrum van de Spaanse overzeese gebieden -  leven vele mensen in primitieve omstandigheden. De houten vensterluiken zijn opengeklapt en doorheen de spijlen van het traliewerk zie je mannen in marcellekes naar een klein tv-scherm staren – de Panamerikaanse Spelen zijn volop aan de gang. Grootmoeder wuift zich met een kleurrijke waaier verkoeling toe en wiebelt zachtjes in haar schommelstoel. Ook voor geboren Habaneros is het zweten.

‘Taxi, amigo?’. Een jonge halfbloed hangt loom onderuit op het bestuurderszitje van zijn fietstaxi. Je hoort de vraag tientallen keren per dag. De eerste dagen wimpel je het aanbod met een vriendelijk ‘No, gracias’ af, vervolgens met een slap handgebaar en ten slotte word je er selectief doof voor.

Cuba stad

 

 

 

 

 

 

 

 

Veeleer dan achter bouwvallige façades speelt het leven in Havana zich op straat af. Oudjes keuvelen op de dorpel van hun woonst met elkaar. Een kelner staat met menukaarten te wapperen naar passerende toeristen. Terwijl een schrale kip rondscharrelt tussen de stinkende afvalcontainers, spelen kinderen even verderop blootvoets met een lekke bal. Fruitverkopers stallen hun karretje met mango en ananas op de hoek van de straat. Sjacheraars bieden je een geweldige sigarendeal aan. In het Parque Martires del 71 werpt een vader ballen naar zijn zoon die geconcentreerd met een honkbalknuppel in de aanslag staat. Twee jonge kickboksers sparren met bezweet bovenlijf. Het socialistische regime in Cuba hecht veel belang aan sport.

Maar het lichaam mag af en toe ook verwend worden. Met een ijsje bijvoorbeeld. In het door de overheid gerunde ijssalon Coppelia werken maar liefst 400 medewerkers. Wie een hoorntje met twee bollen vanille wil, mag anderhalf uur aanschuiven… tenzij je toerist bent en je met CUC’s kan betalen. Je bent dan wel tien tot twintig keer meer geld kwijt dan de gewone Cubaan die in peso’s afrekent aan het nationale tarief. De CUC – die één op één gekoppeld is aan de dollar – is een Cubaanse munteenheid die overal in het toeristencircuit gebruikt wordt: in restaurants, taxi’s, hotels, Viazul-bussen,… Enkel aan straatkraampjes of in lokale bussen kan je met peso’s betalen. Je bent dan omgerekend zestig eurocent kwijt aan een pizza of acht cent aan een glas Cubaanse cola.

Cuba

 

 

 

 

 

 

 


Havana II

De stad zweet de voorbije dag uit en maakt zich op voor een zwoele nacht. Half Havana begeeft zich naar de Malecon, de uitgestrekte wandelpromenade met uitzicht op de Straat van Florida, een zee-engte die – net zoals de Middellandse Zee nu – al vaak het toneel is geweest van drenkelingendrama’s. 150 km noordelijker lonkt voor vele Cubanen immers het beloofde land.

Duizenden mensen van alle leeftijden zitten keuvelend op de waterkeringsmuur en vormen een kilometerslang lint langs de baai. Fraai vormgegeven Chevrolets vanuit de jaren vijftig zoeven voorbij, een donkergrijze rookpluim achter zich latend. Elektrische scooters verraden dat we toch al een eind in de 21ste eeuw zitten. Vanuit hun witte Lada met bovenmaats zwaailicht houden twee politieagenten de menigte in de gaten. Een jonge Westerse toerist reikt een pas aangestoken Cohiba-sigaar aan zijn vriendin aan. De fles bruine rum naast hen is halfleeg.

Cuba5

Een pas ingewijde mulattin in het Santería-geloof flaneert in haar witte kledij tussen de bonte massa. De vele West-Afrikanen die ten tijde van het Spaanse kolonialisme als slaven naar Cuba werden gevoerd, hielden hun Yoruba-religie in stand door hun goden (orishas) te identificeren met heiligen uit het opgelegde katholicisme. Zo werd Sint-Barbara aanzien als Shango, god van drums, dans en donder. En op 4 oktober – de feestdag van Sint-Franciscus – worden offers gebracht aan Orula, god van de wijsheid.  De mengreligie die zo ontstond heet Santería.


Playa Larga

Na de hectiek van de hoofdstad is Playa Larga een oase van rust. Een gemoedelijk dorpje in de oksel van de Varkensbaai, waar in 1961 de door de Amerikanen ondersteunde invasie van Cubaanse bannelingen succesvol werd afgeslagen. Fidel Castro sprak van ‘la primera derrota del imperialismo’, de eerste nederlaag van het (Amerikaanse) imperialisme.

De Varkensbaai – en bij uitbreiding Cuba – vormt een prima plek om te duiken. De zichtbaarheid is groot, de temperatuur van het water bedraagt een aangename 29 graden en op enkele meters onder de zeespiegel kan je je vergapen aan kleurrijke vissen en  koralen.

Cuba4

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zelfs in een relatief kleine plaats als Playa Larga staat de roemrijke Cubaanse gezondheidszorg op punt. Vierentwintig uur per dag kan je in de polikliniek langsgaan voor een gratis consultatie. De dokteres luistert geduldig en ietwat geamuseerd naar je koeterspaans. Het probleem laat zich evenwel samenvatten tot één universeel woord: diarree. Aan de overkant van de straat bevindt zich de apotheek, die eveneens de klok rond de deuren open heeft. ‘Vergeet niet om de zoutzakjes voldoende aan te lengen, want anders is de oplossing niet te zuipen.’

 

Trinidad

Aan de ontbijttafel – in de plantrijke patio van onze casa particular – schuif ik voor de zoveelste keer de schijfjes banaan en komkommer op het bord van mijn vriendin. Er rest nog genoeg ander exotisch lekkers: papaya, mango, guave, ananas… Vandaag staat er een georganiseerde excursie naar de Sierra de Escambray op het menu, een bergketen ten noorden van de stad. We worden naar het startpunt van de wandeling gebracht in de open laadruimte van een oude Russische vrachtwagen, waarin 20 plastieken zitjes zijn geïnstalleerd. De helft daarvan wordt gevuld met een bonte club Nederlanders.

Wanneer we aankomen in de Sierra zijn enkele bijkolibries driftig bezig met nectar uit de kelken van een bloemenhaag te zuigen. Deze zunzuncito’s komen enkel op Cuba voor en zijn met hun zes centimeter de kleinste vogel ter wereld. Tijdens de wandeling door het tropische woud houdt onze gids – die in de bergen is opgegroeid – af en toe halt en maant hij aan tot stilte. Met zijn helderblauwe ogen spiedt hij de takken van de bomen af. De nationale vogel van het land is de Cubaanse trogon, die met zijn blauw-wit-rood verenkleed de drie kleuren van de vaderlandse vlag vertegenwoordigt. Met de handen voor de mond bootst onze gids het geluid van de vogel na. Helaas zonder succes.

Cuba3

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Trinidad – gesticht door de Spaanse conquistador Diego Velazquez – is een koloniale parel. De schilderachtige keienstraten met pastelkleurige huizen behoren niet voor niets tot het Unesco-werelderfgoed. De ateliers met kleurrijke schilderijen van Cubaanse straatbeelden zijn niet op tien handen te tellen. Evenmin de live versies van de sonklassieker Chan Chan die ’s avonds ten gehore worden gebracht in restaurants en paladares. Gezeten onder een duizelingwekkende sterrenhemel op de trappen bij het Casa de la Música vergapen honderden toeristen zich aan tropicana-achtige shows en dansende salsakoppels. Een dozijn obers staat paraat om de dorstigen te laven met mojito’s en piña colada’s.


Viñales

Onze voorraad flessenwater is alweer op. Van de kraan drinken wordt hier ten stelligste afgeraden. In de hoofdstraat gaan we op zoek naar een winkel. Magere zwerfhonden met geschaafd achterwerk lummelen troosteloos rond op zoek naar wat lekkers. Je moet al een geoefend oog hebben om van buitenaf een handelszaak te onderscheiden van een gewoon rijhuis. Reclameborden of opschriften tref je zelden aan in Cuba. Een uitzondering op die regel zijn de grote billboards met socialistische slogans. Het Cubaanse regime noemt het Amerikaanse handelsembargo de grootste genocide ooit.

Cuba2

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In de superette vangen we bot. Alle water is op. Waarschijnlijk ook de schuld van de Amerikanen. ‘Kom in de namiddag maar eens terug.’

Viñales is de tabakstreek bij uitstek in Cuba. Tussen november en april staan de velden vol met het groene gewas. Daarna worden de bladeren geoogst en te drogen gehangen in droogschuren, houten constructies bedekt met palmbladeren. Negentig procent van de oogst wordt opgekocht door de staat, de resterende tien procent mogen de boeren zelf houden of verkopen. Een vrouw toont ons aan een houten tafeltje hoe je een sigaar rolt. Het buitenblad wordt ingestreken met wat honing als natuurlijk lijmmiddel.

In de zomer verbouwen de boeren vooral maïs, om in de herfst terug tabakszaden te planten. En zo herhaalt de cyclus zich jaar na jaar. Tractoren kom je hier maar zelden tegen, ossenploegen des te meer. Koppig torsen de beesten het juk op hun nek.

Cuba1

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Op de rug van een paard verkennen we de Valle del Palmarito. Over stoffige rode kleipaden sjokken we tussen palmbomen, landbouwgewassen en begroeide mogotes – imposante kalksteenbulten. Hier en daar treffen we een eenzame geit of varken aan op een erf.

Het ventilatierooster spuugt water. Een aftandse Ford voert ons weer naar Havana. Onze tijd in Cuba zit er bijna op.

Havana III

Een oude man met een grijze baard en een joggingpak wandelt moeizaam langs de Malecon.  Aan de pas geopende Amerikaanse ambassade wapperen fiere stars and stripes. De man kijkt even op naar het gebouw en kuiert dan weer verder, in gedachten verzonken.

 

Wim Vandenweghe is copywriter bij het creatieve communicatiebureau NVandersom.
Voor meer informatie neem contact op via info@nvandersom.be of 011 39 75 65

Schrijven robots beter dan copywriters?
Waarom u als bedrijf moet investeren in content marketing.
7 gouden communicatietips voor start-ups

Vond je dit interessant? Deel het op sociale media.
Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestEmail this to someone